Blog van @iiene


Verleiding door verpakking

Ik las vandaag in de krant dat verpakkingen steeds meer aan belang winnen. Sint-Lukas richt daarom een nieuwe richting verpakkingsontwerp op.

Werner Rymenants, grafisch ontwerper en docent aan Sint-Lukas aan het woord:  ‘Zeventig procent van de consumenten beslist op het moment van de aankoop welk product ze zullen kopen. En een consument die voor een rek staat, besluit in twee seconden welk product hij zal meenemen. Dat blijkt uit onderzoek naar de oogbewegingen van een consument in een winkel. Maar een heleboel verpakkingen wordt helemaal niet bekeken. Verpakkingen moeten om aandacht schreeuwen en toch grafisch verantwoord blijven.’

Hoe een product is verpakt, wordt belangrijker dan ooit. ‘Tegenwoordig gaat de helft van de budgetten in de grafische industrie naar de verpakking. Merken schroeven hun reclame op televisie, in kranten en tijdschriften terug ten voordele van internetreclame en reclame op de verpakking zelf. De crisis heeft het proces versneld. Maar de tendens was daarvoor al goed zichtbaar.’

De verpakking ‘communiceert’ veel langer met de klant dan een advertentie. ‘Een doos cornflakes maakt deel uit van het dagelijkse ontbijtdecor, een fles afwasmiddel staat vaak altijd in het zicht’, zegt Hannelore Van den Abeele, de coördinatrice van de studierichting. ‘Iedereen heeft dagelijks minstens één verpakking vast, maar niet iedereen leest elke dag de krant of kijkt elke dag tv. Het besef dat de verpakking zelf een ongelooflijk communicatiemiddel is, groeit zienderogen.’

Maar dat besef vertaalde zich niet in een studierichting. ‘In de opleidingen productontwikkeling en grafische vormgeving moeten studenten sporadisch een verpakking ontwerpen’, zegt Rymenants. ‘Dat is veel te weinig. Daarom hebben we een postgraduaat in het leven geroepen, waar studenten met een grafisch diploma of met relevante ervaring als ontwerper terechtkunnen. Tijdens dit eerste schooljaar was onze oudste student een man van 47 die een grafisch bureau heeft en in zijn dagelijkse praktijk merkt hoe belangrijk verpakkingen zijn geworden.’

Er zijn ook steeds meer Belgische ontwerpbureaus die zich volledig op verpakkingen toespitsen, zoals Quatre Mains uit Maldegem, en Mona Lisa en Qurious uit Brussel. Tien jaar geleden waren er alleen maar filialen van internationale bureaus.

Waar voldoet een goede verpakking aan? ‘In onze opleiding leggen wij de nadruk op communicatie, innovatie en design’, zegt Rymenants. ‘Hét recept bestaat niet. Een goede verpakking moet iets te bieden hebben op het vlak van originaliteit, kleur, typografie en ecologisch bewustzijn. Ontwerpers moeten de concurrentie kennen en ook over het muurtje kijken bij andere disciplines. Waarom kan een deodorantroller niet dienen om bakboter gemakkelijker over een braadpan te verdelen?’

Dit laatste haalde ik uit De Standaard Online een artikel geschreven door Elke Mussche. Bron: http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=M32BV4OE

Advertenties

Verleiden. De biologie van het bekoren.

9789460010309

Gino Delmotte (BrandSpecies/ Sixesandseven) en Agnes Goyvaerts (De Morgen) schreven samen het boek “Verleiden. De biologie van het bekoren.” Darwin was hierbij een niet te missen inspiratiebron. De release zou dan ook in dit fantastische Darwin jaar plaatsvinden!

Het boek behandelt topics als reclame en marketing, mode, architectuur, emoties, … Verleiden vertelt welke strategieën we als mens hanteren om elkaar te verleiden. We krijgen een overzicht van de ornamenten die we dagdagelijks in de kijker zetten of waar we als man, als vrouw voor vallen. Verleiden gaat verder dan de intermenselijke relatie en legt ook het verleidingsproces bloot dat reclamemakers ontwikkelen om jou te overhalen merk X en niet merk Y te kopen.

bron: http://www.flandersdc.be/view/nl/36104953-Boekpresentatie:+Get+dressed+to+get+undressed.html

Dit boek heb ik me alvast aangeschaft. De moeite waard!


Coca-Cola doet het weer

Coca-Cola doet het iedere keer weer. Ze kende reeds succes met hun “Happyness Factory”-reclame. Dat ze een sterk merk zijn, bevestigen ze deze zomer alweer.

Toen ik voor het eerst hun nieuwe commercial zag, dacht ik: “Mijn god, ze zijn weer goed bezig”. De reclamespot is eerder spannend, waardoor je aandacht meteen ernaar toe gezogen wordt. Je ziet in de spot telkens enkel de vorm van het flesje, dus je weet meteen waar het over gaat. Die man is op zoek naar Coca-Cola.

Het is het unieke design van het flesje Coca-Cola dat het doet. Geen mens meer op aarde die deze vorm niet herkent.

Beat that Pepsi!


“Reclame Mars is misleidend”

De trend van 2009: snoepfabricant Mars en ijsjesproducent Ola positioneren zich als het  “tussendoortje-dat-geen-kwaad-kan”. Beide producenten beweren dat ze niet zeggen dat ze gezond zijn, maar dat de consument gerust een snoepreep of ijsjes kan eten zonder zich schuldig te voelen.

 “Mars Belgium wil zich namelijk engageren om iedereen een goed gevoel te geven bij zijn ‘chocolademomenten’, die perfect in evenwichtige voedingsgewoonten en een actieve levensstijl kunnen passen”. Dit staat letterlijk op de nieuwe website, hoeveelzoetisgoed.be, waarmee Mars zijn nieuwe strategie wil promoten. Mars startte deze nieuwe positionering niet alleen met een website. Afgelopen weekend waren ze ook hoofdsponser van de 20 kilometer door Brussel. De deelnemers werd een Mars-reep in de handen geduwd.

Karlien Desmet, Corporate Affairs Manager van Mars, zegt dat Mars een evenwichtig voedingspatroon wil stimuleren via verschillende projecten. Er bestaan geen gezonde of ongezonde producten, zegt ze, want elk product kan passen binnen een voedingspatroon. Mars eet je vooral voor het plezier, maar de consument moet zelf een keuze maken.

De tussendoortjesvergelijker van Ola vergelijkt Ola-ijsjes met andere tussendoortjes.  Deze voorlichtingscampagne zou het eten van ijsjes opnieuw plezierig maken moeten maken,  zegt woordvoerster Aurelie Gerth van Unilever. Ola wil met dit initiatief niet zeggen dat ijsjes gezond zijn. Net zoals Mars, zegt Ola dat consumenten ijsjes kunnen eten zonder zich schuldig te voelen.

Kortom: snoepgoed kan mits voldoende beweging. Is dit een geloofdwaardige boodschap wanneer men vaststelt dat jongeren minder en minder bewegen?